Berkenzwam

Piptoporus betulinus
(Fomitopsidaceae)


(Alle credits en de rechten van de Wikipedia bron zijn van toepassing)

De berkenzwam of berkendoder (Fomitopsis betulina) is een schimmel uit de familie Fomitopsidaceae.

De zwam is een zwakteparasiet met een eenjarig vruchtlichaam, hoewel de vruchtlichamen intact kunnen overwinteren. Hij komt uitsluitend voor op afgestorven delen van staande of omgevallen berkenbomen. Een aangetaste boom zal de schimmel niet overleven, maar ook op een dode boom kunnen nog vele jaren vruchtlichamen ontstaan. De schimmel veroorzaakt bruinrot (afbraak van cellulose en hemicellulose) in het gezonde hout van de boom. Hierdoor kan de aangetaste boom wel rechtop blijven staan terwijl de zijtakken onverwacht eerder af kunnen vallen.

De vruchtlichamen van de berkenzwam kunnen in alle seizoenen van het jaar verschijnen. Droge periodes remmen de vorming van nieuwe zwammen sterk af. Het groeiproces van een vruchtlichaam neemt 3 tot 6 weken in beslag. De volgroeide zwam kan daarna nog 4 tot 12 maanden uit de boom blijven steken. De afbraak van het vruchtlichaam is sterk afhankelijk van weersomstandigheden. Kevers, waaronder larven van boomzwamkevers, en andere schimmels die zich met de zwam voeden spelen hierbij een belangrijke rol. De zeldzame Poederige kussentjeszwam (Hypocrea pulvinata) groeit alleen op het vruchtlichaam van de berkenzwam.

Wetenschappelijke naamgeving

De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1788 als Boletus betulinus gepubliceerd door Jean Baptiste François Bulliard. In 1815 plaatste Elias Magnus Fries de soort in het geslacht Polyporus. In 1881 werd de soort opnieuw, ditmaal door Petter Adolf Karsten, in een ander geslacht geplaatst, nu in Piptoporus, waarvan hij de typesoort was, en onder de naam Piptoporus betulinus komt hij vooral voor in de literatuur van de twintigste eeuw. Op basis van moleculair fylogenetisch onderzoek werd de soort in 2016 in het geslacht Fomitopsis geplaatst.

Kenmerken

De berkenzwam breekt als een tot 5 cm grote, grauwwit gekleurde knol door het schors van de berk. Daarna wordt het vruchtlichaam kussenvormig en vormt zich aan de onderzijde de buisjeslaag. De aanhechting aan de boom is smal, wat minder dik dan de zwam, en daardoor enigszins steelvormig. De vruchtlichamen kunnen sterk in dimensies verschillen. De breedte varieert van 10 tot 30 cm en de dikte van 3 tot 6 cm. De breedte en de dikte variëren gezamenlijk verhoudingsgewijs. Bij grote exemplaren kan de hoed zeer variabele uitstulpingen vertonen tijdens het uitgroeien.

Een berkenzwam kan bijna niet verward worden met andere zwammen mede vanwege de enigszins zure geur van het aanwezige betulinezuur. De smaak is bitter. De zwam is ongenietbaar in volgroeide toestand. Zeer jonge vruchtlichamen die net door de boombast breken zijn verteerbaar zonder nadelige gevolgen. Als eetbare paddenstoel heeft de soort geen enkele betekenis. De soort kan eventueel verward worden met Buglossoporus pulvinus die in België en Nederland niet voorkomt, en zeer zeldzaam is in de rest van Europa.

Het vruchtvlees van de zwam bestaat uit de hoedhuid, trama en de buisjeslaag.

Hoedhuid

De hoedhuid zorgt voor afscherming van regenwater tijdens het groeiproces. De kleur varieert van roestbruin tot grijsachtig. De hoedhuid bladdert gemakkelijk af en is vaak gescheurd.De hoed krult enigszins naar binnen aan de onderzijde van de zwam bij de overgang naar de buisjeslaag.

Trama

Trama bestaat uit de niet sporulerende hyfendraden van de schimmel. Bij de berkenzwam is de tramalaag bijzonder dik (2–10 cm). De kleur van het materiaal is wit. De vorming vindt plaats in twee fasen. Bij een jonge zwam bestaat het uit zeer zachte hyfen van 16 micrometer dik; deze worden later vervangen door dunne en taaie exemplaren van 2 tot 3 micrometer, die tot een sterke compacte massa vergroeien.

Droog trama ontstaat in de natuur of na verzamelen van verse zwammen ook binnenshuis. Tijdens het drogen krimpt het materiaal sterk. Het droge trama is niet te snijden met een mes. Een fijne ijzerzaag voldoet voor een grove voorbewerking. Met een scalpel of scheermesje kunnen dunne plakjes afgesneden worden die vervolgens met schuurpapier van een fluweelzacht oppervlak kunnen worden voorzien. Het materiaal kan bij herhaling droog en nat worden zonder sterkte te verliezen. In de natte toestand worden de dunne hyfendraden weer zacht en is snijden met een scherp voorwerp mogelijk.

Het soortelijk gewicht van trama in kamerdroge toestand is variabel (0,1 – 0,37 × 103 kg/m3). De sterkte van het zware materiaal (0,37) is groter dan van vederlicht materiaal (0,1).

Buisjeslaag

De buisjeslaag waarin de sporen (3–6 × 1,5–2 µm groot) worden gevormd, groeit aan de onderzijde van de zwam. Het enigszins gekromde oppervlak met buisjes is crème-wit van kleur in het eerste stadium, en wordt bij verouderen donkerder. De buisjes zijn met een inwendige diameter van 0,1 tot 0,3 millimeter zeer dun. Ze zijn zeer talrijk, met 7 tot 10 gaatjes per mm2 in boomverse toestand. Een grote zwam kan wel 600.000 gaatjes tellen. De buisjes bereiken hun maximale lengte na enkele weken.

Voorkomen

Berkenbomen groeien hoofdzakelijk in de koudere klimaatzones van de aarde. De superlichte sporen van de meeste houtbuisjeszwammen (Polyporaceae) kunnen zich verspreiden door de stratosfeer waardoor de berkenzwam overal ter aarde kan verschijnen waar berkenbomen aanwezig zijn. Een boom kan zich verdedigen tegen parasitaire schimmels; zodra de groeiomstandigheden minder optimaal zijn, zoals in moerassen of parken in de steden, zal de schimmel de strijd vaak winnen. Grote bospercelen kunnen zo verdwijnen.

De berkenzwam is het hele jaar door te vinden op dode of levende oude berken. De soort kan zowel binnen als buiten het bos gevonden worden. Berken die in moerassen of op een beschaduwde plaats staan lopen de grootste kans om door de schimmel te worden aangetast.

Afbeeldingen

Gebruik

  • Entomologen gebruikten vroeger blokjes gemaakt van trama (onder de naam polyporus) om met naalden doorboorde insecten op te prikken. Het poreuze trama veroorzaakt inwendig in het blokje corrosie van de ijzeren naalden. Met de komst van moderne kunststoffen is dit gebruik verdwenen.
  • De Engelse mycoloog Cartwright gebruikte een dikke berkenzwam als vloeiblok. Het droge trama slorpt veel water op.
  • De bewerking van metalen voorwerpen zoals het slijpen van scheermessen en het polijsten van horloges werd vroeger gedaan met trama dat gevuld was met schuurmiddelen.
  • De berkenzwam is ongeschikt voor het opstarten van vuur met de tonderslag. Hij leent zich goed voor het tijdelijk vasthouden van vuur wat naderhand dan weer aangeblazen kan worden.
  • De berkenzwam staat in de belangstelling inzake onderzoek naar werkzame medische stoffen die geschikt zijn voor gebruik bij mens of dier.
  • Het maken van gebruiksvoorwerpen met behulp van trama is reeds een zeer oude gewoonte. Twee ringachtig gevormde stukjes trama verbonden met leertjes werden gevonden bij de bezittingen van de ruim 5000 jaar oude mummie Ötzi toen hij in 1991 in de Alpen werd geborgen.
  • De buisjeslaag van de berkenzwam kan in zijn geheel gescheiden worden van het trama in vochtige toestand. Deze losse laag is dan zeer flexibel en neemt enorm veel water op waardoor het gebruik als spons mogelijk is.
  • Het bedwelmen van bijen middels smeulend trama in de imkerspijp.

Externe links

  • SoortenBank.nl beschrijving en afbeeldingen
  • Kaarten met waarnemingen:
  • België
  • Nederland
  • wereldwijd
  • (en) Piptoporus betulinus op MushroomExpert

Waar?

Familie(3)

WWW info


Verder zoeken
0 Lijkt op (LA):
Birch polypore
Berkenzwam
Birkenporling
Polypore du bouleau
Piptoporus betulinus [L.]
Piptoporus betulinus [L.]
Piptoporus betulinus [L.]
Трутовик берёзовый
Piptoporus betulinus [L.]